Gelezen: Geest

Ik hou van de boeken van Daan Remmerts de Vries. Groter dan de lucht, erger dan de zon vond ik mooi, Tijgereiland prachtig! Dit boek verscheen in 2014, toen schreef ik nog geen uitgebreide besprekingen, maar ik zette het wel in mijn lijstje van de mooiste boeken van 2014. En tot mijn plezier kreeg Tijgereiland dat jaar de Gouden Lijst !

Daarom was ik blij toen er een nieuw boek uitkwam van deze schrijver: Geest. Ik griste het meteen van de stapel verse boeken op mijn werk 😉 en sloeg aan het lezen.

Het boek gaat over Jochem die in Amsterdam woont met zijn ouders. Het gezin heeft het moeilijk, want de zus van Jochem is overleden. Jochem praat hier niet over, maar schrijft haar wel brieven, als een soort dagboek. Het dagelijks leven vindt hij moeilijk, hij vlucht in gamen. Hij heeft vrienden, maar er is weinig echt contact met elkaar. Je bespreekt je gevoelens niet. Belangrijk is of je toffe foto’s zet op Instagram etc, en hoeveel likes je krijgt. Zaak is niet af te gaan. Jochem is ongelukkig, en door zijn gedrag gaat het ook slecht op school.

Dan besluiten Jochems ouders naar een dorp in Schotland te verhuizen. Een dorp waar geen internet is! Geen wifi! Jochem wil niet, maar moet mee. Bestaat er een leven zonder internet?

boek geest daan remmerts de vries

Tijdens de beschrijving van Jochems leven in Amsterdam merkte ik dat de schrijver vooral het negatieve aspect benadrukte. Een leven beheerst door mobieltjes, foto’s, filmpjes, likes, games. Zonder kwijt te kunnen hoe je je echt voelt. Ook aan het bezoeken van concerten en dergelijke werd een negatieve draai gegeven.

Daartegenover werd het dorp in Schotland gezet, zonder internet. Geen games. Geen posts. Wel echte gesprekken. Buiten zijn. Echte vriendschap.

De conclusie zou kunnen zijn dat internet slecht is, en de afwezigheid daarvan goed. De stad slecht en het dorp goed.

Alleen is dat wat te zwart wit naar mijn idee. Natuurlijk kleven er bezwaren aan internet en sociale media. Natuurlijk is een stad niet alleen maar mooi. Maar om dit op te lossen door je helemaal terug te trekken, lijkt mij niet realistisch.

Als het boek alleen als aanklacht is geschreven tegen internet/mobieltjes/sociale media/de grote stad/Amsterdam en een verheerlijking van de afwezigheid van dit alles, dan is het geslaagd. Maar of er ook een uitweg wordt geboden aan kinderen wiens ouders niet naar een van de weinige internetloze plekken op de wereld emigreren? Hoe kun je in het geweld van sociale media echt sociaal blijven?

Nou hoeft een boek geen gebruiksaanwijzing te zijn voor het oplossen van problemen, maar als je zo duidelijk ergens een probleem ziet als schrijver, dan denk ik dat je ook een idee hebt hoe het wel zou moeten, of kunnen.

Door de sterke boodschap die de schrijver heeft gaat het verhaal een beetje ten onder. Er gebeurt heel veel, er zijn verschillende thema’s, zoals rouwverwerking, vriendschap, de maatschappij. Maar alles staat overduidelijk in dienst van de boodschap ”internet is slecht”. Ik was daarom teleurgesteld. Het boek stelt een serieus probleem aan de kaak, maar dat gaat ten koste van het verhaal zelf.

Omdat er meerdere negatieve recensies verschenen, reageerde Daan Remmerts de Vries met een bericht op Facebook. Hij wil graag een toelichting geven, al denkt hij dat het boek eigenlijk het verhaal zou moeten doen. Ik citeer hem hieronder:

”Dierbare Facebookvrienden,

Ik heb inmiddels wat kritieken gekregen op ‘Geest’ en heb ondervonden dat de meningen verdeeld zijn – zeer verdeeld. Een paar, toch niet onbelangrijke recensenten hebben mijn boek zelfs neergesabeld. Tzum (eigenlijk Jürgen Peeters) noemde het, onder andere, ‘expliciet gedicteerd’ en van een ‘eenvoudige, nogal descriptieve stijl’. Jaap Leest (eigenlijk Jaap Friso) vond het ‘weinig subtiel, wereldvreemd en bijna surrealistisch’ en sprak van een ‘opgeblazen moralistische aanklacht’. Natuurlijk vind ik dit alles pijnlijk en natuurlijk vroeg ik me, onmiddellijk na dit te hebben gelezen, af of ik de plank hier dan werkelijk zo heb misgeslagen.
Het moeilijke is nu: een schrijver kan zichzelf maar nauwelijks verdedigen. Want alles wat hij of zij probeert in te brengen tegen een slechte kritiek wordt algauw gezien als het gesim van iemand die, al dan niet terecht, klappen heeft gekregen en zich daarover nu nog even hardop moet beklagen. Het boek, tenslotte, is de verdediging van de schrijver en alles wat hij/zij er daarna nog over wil zeggen is mosterd na de maaltijd.

Maar het heeft me geraakt, dat zal ik niet ontkennen; omdat er mensen genoeg zullen zijn die mijn boek hierna niet meer gaan lezen. En daarom wil ik er hier dan toch nog een paar dingen over kwijt:
‘Geest’ is, om te beginnen, onder andere een aanklacht, zeker. Tegen het excessieve digitale verkeer, tegen het feit dat zoveel mensen wel op zoek gaan naar Pokémons, maar niet gewoon gaan wandelen, tegen het overmatige belang dat jongeren toekennen aan hun telefoons en aan games, tegen de alomtegenwoordige hang naar high tech-snufjes (zoals de stofzuigrobot). Ik wist al terwijl ik dit schreef dat het niet meer zou zijn dan een schreeuw in het donker.
In het donker…? (Ik zie hier alweer die critici hun wenkbrauwen optrekken.) Ja, dat vind ik. Dat is mijn zienswijze. En die is gestoeld op wat ik ervaar.
Ik heb voor dit verhaal de nodige gesprekken gevoerd. Ik heb me vervolgens gebaseerd op wat ik hoorde en zag. Zo heb ik opgemerkt dat jongeren wel degelijk boodschappen naar elkaar staan te sturen op het schoolplein. Dat ze wel degelijk zitten te strijden op hun telefoontjes in het Vondelpark, zonder dat ze iets zien van de omgeving. En dat ze, vooral waar het jongens betreft, in sommige gevallen nauwelijks met elkaar schijnen te praten; en dat het schrijnend kan zijn als je nergens met je problemen terecht kunt, omdat alles wat niet meegaat in de uiterlijke schone schijn van de sociale media, zeker onder jongeren, wordt uitgesloten.
Het is niet overal zo, natuurlijk. Maar het is aan de orde, en niet hier en daar, maar veelvuldig. En ik geloof dan ook niet dat ik hiermee een karikatuur of een ‘groteske overdrijving’ heb neergezet van de werkelijkheid.
De kritiek, op de vervreemding die we ondervinden in de communicatie via de digitale media, is blijkbaar mijn faux pas. En mijn ‘wereldvreemdheid’ zit hem dan ook, lijkt me, in het feit dat ik schrijf over iemand die daarvan wordt afgesneden.
Inderdaad, dát is iets wat nauwelijks meer mogelijk lijkt te zijn. Maar het kán wel, want ik ben naar Schotland gereisd en heb ondervonden dat er daar gebieden zijn zonder aansluiting op het net.
Was het leven daar zoveel beter, of lichter? Euh… Ja. Ook daar worstelen jongeren, logischerwijs, met problemen – vanzelfsprekend. Niettemin, er was daar rust. De rust om te kijken en te ervaren. De leegte, waarin je je eigen gedachten soms nog eens kunt horen. Zonder binnenkomende berichten, voortdurend, zonder de constante afleiding die je opjaagt. De rust om te ademen en te bezinnen; zelfs om een boek te lezen. De mensen daar hadden tijd, dat viel me telkens op.
Het landschap daar werkt er aan mee, dat moet ik hier wel zeggen. Als je in een stad woont, dan is die rust er, alweer logischerwijs, stomweg niet. 
Maar het is daarom dan ook dat mijn hoofdpersoon verhuist – en langzamerhand iets van zichzelf weet te (her)vinden.

Is dit alles ‘opgeblazen en moralistisch’? Misschien. Maar ik denk het niet. In een tv-programma zag ik onlangs dat de realiteit wellicht nog schokkender is dan ik heb beschreven. Dat het waarschijnlijk is dat er binnenkort mensen zullen zijn die ‘enkel nog leven in cyberspace’. En die dus een bestaan zullen leiden dat zich volledig zal afspelen binnen de door anderen bepaalde afgrenzingen van games. Overdreven? Zo kun je het zien. Maar ik zie dit werkelijk als een verwording. Als er een generatie komt die niet meer in staat zal zijn om de fysieke wereld te ervaren, dan hou ik mijn hart vast voor de wereld.

Ik zie mijn boek dan ook als een beschrijving, en enkel dat, van iets wat er ooit was, en teruggewonnen wordt.
Ik besef intussen heel goed dat het nooit meer zo zal worden, hier, en dat alles op den duur wel zal veranderen, in… bijna hetzelfde; daar zal het net voor zorgen – dat het, kortom, een uitzonderlijke buitenkans is als je ouders emigreren naar een dergelijk gebied.

Ik heb inmiddels, gelukkig, ook een aantal uiterst positieve reacties gekregen. Van lezers, óók van jongeren, die het met me eens zijn, en, meer dan dat, iets zagen verwoord dat ze zelf zo hadden ervaren. Die niet klaagden over het feit dat ik te lang van stof was, of dat ik het lef had om met natuurbeschrijvingen te komen – integendeel.

Deze uit verlangen geschreven vertelling heb ik dan ook slechts gemaakt om iets te tonen wat verloren is geraakt. En wat nu al, erg genoeg, bijna als abnormaal wordt gezien.
De felle kritieken onderstrepen dit.” Daan Remmerts de Vries

Ik zou zeggen: oordeel zelf. Lezen dus! (en ruk je los van het scherm 😉 )

Beoordeling: ØØOOO

Geest – Daan Remmerts de Vries

Querido – 2017

In de bibliotheek een c-boek (voor kinderen van 12 tot 15 jaar)

 

Deel dit artikelTweet about this on TwitterPin on PinterestShare on LinkedInShare on Facebook

, , , , , , , , , , , ,

Nog geen reacties.

Geef een reactie

Mogelijk gemaakt door WordPress. Ontworpen door WooThemes

%d bloggers liken dit: